La Bouillonnante 2012

La Bouillonnante 2012

12
mei
2012

Wat bezielt een mens om bepaalde uitdagingen aan te gaan? Waarom doe jezelf sommige dingen aan? Dat heb ik me voorafgaand aan “la Bouillonnante” regelmatig afgevraagd. 24km hardlopen en daarbij jezelf ook nog 1200 meter omhoog en 1200 meter naar beneden worstelen. Dat is de opgave waar ons groepje voor stond op de 21e april. Ons groepje bestond voor de duidelijkheid uit Irna, Petra, Cees, Johny en ondergetekende, Cor. Maar dat zit nou eenmaal in langeafstandlopers, nieuwe uitdagingen zoeken als de vorige uitdaging is volbracht.
Nadat we vorig jaar dezelfde uitdaging al waren aangegaan, besloten we met zijn allen het nogmaals te doen. De training in de voorafgaande weken was pittig en zwaar. Twee maal naar Tecklenburg geweest (dank Arie!) om te wennen aan de klim en daalactiviteiten. Een aantal extra lange duurlopen moesten ook worden volbracht. Uiteindelijk ben je minimaal drie en een half uur onderweg en daar moet je goed op voorbereid zijn.
Maar op de morgen van de 21e april waren we er dan ook helemaal klaar voor. Goed getraind en uitgerust stonden we aan de start. Alleen Cees had tijdens zijn voorbereiding te maken gehad met fysiek ongemak maar kon gelukkig toch van de partij zijn. Toen wij hoorden dat hij enkele weken voor de Bouillonnante de knop weer op “onwijs” had gezet (een lange duurloop van twee uur gevolgd door een halve marathon op dezelfde dag) waren we gerustgesteld. Hij zou ook aanwezig zijn.
Bij de start, waarbij alle deelnemers op de binnenplaats van het kasteel van Bouillon werden verzameld, viel ons gelijk de vrij ontspannen sfeer op die ons vorig jaar ook was opgevallen. Iedereen kletst met elkaar en van wedstrijdspanning is ogenschijnlijk geen sprake. Velen hadden een plastic poncho aangetrokken want het regende. Voornaamste gespreksonderwerp was waarschijnlijk de omstandigheden waaronder wij moesten lopen. Niet al te warm en regen. Ook de dagen ervoor was het nat geweest en we waren benieuwd hoe het parcours en bij lag. Bij de briefing die we kregen werd er nog even op gewezen dat het parcours glad en op sommige plekken niet ongevaarlijk was. We waren benieuwd hoe het zou zijn.
Na het startschot gaan we rustig op weg. Snel kon ook niet gezien het aantal deelnemers (750 aan de 24 km) en het toch smalle pad. De eerste kilometers gaan langs de Semois en zijn de makkelijkste kilometers van de hele tocht. Daarna begint het klimmen en dalen. De eerste helling na ongeveer 2 kilometer zorgt direct voor opstoppingen. Hardlopen is niet meer mogelijk en moet je dus ook niet willen. Irna en ik, we hadden afgesproken bij elkaar te blijven, werken ons naar boven terwijl we achter ons de andere drie zien worstelen. Wat weer opvalt, is de vrij ontspannen sfeer waarbij dit alles gebeurd. Er worden gepraat, gelachen en foto’s gemaakt terwijl toch iedereen probeert zo snel mogelijk door te gaan. Als je dan toch even moet wachten heb je wel even de tijd om een paar foto’s te maken. Op dat moment is het nog droog. Dat blijft het echter niet. Na een half uur begint het te regenen en even later begint het zelfs te hagelen. De regen en de modder waar we doorheen moeten zorgt voor een fantastisch tafereel. De modder spat alle kanten op en we zien er na een tijdje niet meer uit. In het begin mijdt je de plassen maar na een tijdje maakt je dat allemaal niets meer uit. Toch gaat het verder lekker en genieten we onderweg van het fantastische parcours en toch ook de weersomstandigheden. Door de bossen gaat het en over prachtige paadjes. Bergje op en bergje af. Het is af en toe wel zwaar, maar we merken ook dat de voorbereiding goed is geweest. We kunnen goed doorlopen en hebben geen moeite om een goed tempo vast te houden.
Na 11 km komt de eerste verzorgingspost in zicht. We zijn op dat moment ongeveer anderhalf uur onderweg. We constateren dat we sneller zijn dan vorig jaar. Op de tafel ligt genoeg om de innerlijke mens van de nodige energie te voorzien. Bananen, sinaasappels, ontbijtkoek, rozijnen, het ligt voor het grijpen. Uiteraard ook water en er wordt ook cola geschonken. Bij deze verzorgingspost blijkt weer dat dit toch iets anders is als een normale halve of hele marathon. Hoewel sommigen uiteraard voor de tijd gaan en vlot weer doorgaan, blijkt ook dat er velen zijn die de tijd nemen om alles tot zich te nemen. Prima natuurlijk want je moet wel zorgen dat je energievoorraden worden aangevuld, anders redt je het niet. Irna en ik staan al etend en drinkend met zijn tweeën even voor een foto te poseren, als Cees van de heuvel afkomt. Onder de modder en de knie kapot van een valpartij. Na even gevraagd te hebben hoe het hem vergaat, willen we weer verder. Op dat moment komen Petra en Johny aanlopen. Na een kort gesprekje (het ging goed bij hun) gaan wij verder. Dit maal met zijn drieën, want Cees sluit zich bij ons aan. Na een paar honderd meter komen we aan de bij “the Wall”. Het zwaarste stuk van de tocht. Op een stuk van 600 meter moeten we 150 meter klimmen. Dit is echt klimmen. Ons vasthoudend aan takken en bomen lopen en trekken we ons de helling op. Het is soms twee passen naar voren, waarna je weer een pas naar beneden glijdt. Van een pad is ook nauwelijks sprake en er zijn passages waar je echt niet met zijn tweeën tegelijk langs kunt. Boven aangekomen probeer we weer te hardlopen maar echt lukken doet dat niet, in ieder geval niet vlot. En we zijn niet de enigen. Er wordt gewandeld door velen. Toch probeer ik Cees en Irna aan het hardlopen te krijgen wat ook lukt.
Een aantal kilometers verder komen we de ons beloofde passage van de ladders tegen. Hier moet iedereen om de beurt vanaf en tegenop. Er is ook een mogelijkheid om de ladders te mijden, maar dan moet je langs een touw dat door het bos is gespannen naar beneden. Wij nemen de ladders, omdat dit weer iets nieuws is. Het blijkt dat het qua tijd geen verschil maakt met het touw. De zelfde mensen die bovenaan bij ons stonden, komen we onderaan de ladder weer tegen. Na de ladders komt er een technische zeer moeilijk stuk, waar opschieten niet echt mogelijk is. Bij de laatste ladder die we tegen komen is een lange wachtrij. Om die reden besluiten we om de ladder niet te nemen en een ander pad te nemen dat om de ladder heen gaat. Het stuk naar beneden is een grote glijpartij. Irna glijdt uit en komt op haar kont naar beneden. Zelf kan ik ook niet blijven staan. Cees glijdt ook uit zoals iedereen eigenlijk. Voor mij glijdt een Belg uit die mij net had verteld dat hij de nacht ervoor in zijn auto had doorgebracht en ik zag hem al 10 meter lager in de Semois liggen. Gelukkig loopt het goed af en kan hij zich nog net aan een tak vastgrijpen. Hierna wordt het weer wat makkelijker. We kunnen weer goed doorlopen. Na een poosje blijft Cees wat achter. Irna besluit op hem te wachten en zegt tegen mij dat ik maar door moet gaan. Een paar honderd meter verder besluit ik toch om ook maar even te wachten. Na een sanitaire stop en een steentje uit mijn schoen te hebben gehaald zie ik ze aankomen en besluit dan toch maar alleen verder te gaan. Ik merk dat ik de techniek van het dalen steeds beter onder de knie krijg en haal zo veel mensen in. Springend en grijpend van boom naar boom probeer ik een goed tempo vast te houden. Bij een van de hellingen die ik op moet krijg ik wat last van kramp in de liezen, maar ik kan wel gewoon doorgaan. Na een prachtig uitzichtspunt over Bouillon komt de laatste afdaling. Hier moet ik twee mindervaliden voorbij die op een eenwieler door ongeveer zeven secondanten omhoog en naar beneden worden geholpen. Een geweldige prestatie. De laatste afdaling in erg glad en ik ga nog een keer flink onderuit. Beneden aangekomen wacht er nog een uitdaging. Naar boven naar het kasteel. Hoewel ik mij het heilig had voorgenomen dit hardlopend te doen, lukt me dat niet en moet ik toch aan de wandel. Uiteindelijk kom ik na 3 uur en 41 minuten redelijk fris maar zeer voldaan over de streep die op een platvorm in een tent is getrokken. Op dat moment barst er een gigantische onweer en hagelbui los. Iedereen die in die bui binnen komt wordt met een enorm gejuich ontvangen. Als de bui wat minder wordt ga ik weer naar buiten om de anderen bij de laatste meters te ondersteunen. Na 3 uur en 52 minuten komen Cees en Irna binnen glibberen en na 4 uur en 13 minuten komen Johny en Petra aan. Iedereen ogenschijnlijk fris en trots op de prestatie die is geleverd. Johny meld trots een PR te hebben gelopen. (“ik ben nog nooit zo lang onderweg geweest!”) en Petra schijnt tijdens de laatste afdaling een innige omhelzing met een boom te hebben gemaakt en een prima imitatie van de bomenfluisteraar te hebben gegeven. Ze zit echt helemaal onder de modder.
Moe maar voldaan gaan we naar het hotel om alle modder van ons of te spoelen.
’s Avonds in ons hotel komen we aan de praat met een aantal mensen uit Arnhem. Een van hen is in training voor de Trans Alpin Run. 320 km over de Alpen in 8 etappes en 15.000 hoogtemeters. Hij gaf tijdens ons gesprek precies aan waar het volgens ons tijdens een trail als deze omgaat. En ook het antwoord op de beginvraag van dit verslag. “Waarom ga je dit soort uitdagingen aan?” De tijd die je loopt is leuk en ook belangrijk, maar niet het allerbelangrijkste. Je moet na afloop van een trail als deze jezelf afvragen: “heb ik het naar mijn zin gehad onderweg?” Kun je deze vraag bevestigend beantwoorden, dan is het goed geweest. En wij kunnen deze vraag alle vijf met een volmondig “ja” beantwoorden. Dit smaakt naar meer!

Cor Kuiper
Zien hoe het was? Bekijk de volgende filmpjes. Staan wij ook nog op.


Wegatletiek overzichtspagina.